Home
Secundair gebruik van gezondheidsdata: wat betekenen Europese ontwikkelingen voor Nederland?
In mei 2023 heeft de Europese Commissie een voorstel voor een verordening afgegeven, genaamd de European Health Data Space (EHDS). Deze nieuwe wettelijke grondslag beoogt het makkelijker te maken om gezondheidsdata aan te vragen en beschikbaar te stellen voor onder andere secundaire doeleinden als onderzoek, innovatie en beleidsontwikkeling. Deze verordening is wind in de rug voor nationale ambities op het gebied van databeschikbaarheid.
Hoewel de EHDS zich nog in de onderhandelingsfase bevindt, zijn lidstaten al gestart met het ontwerpen van een verplicht onderdeel uit deze wet: het opzetten van een Health Data Access Body (HDAB): een centrale organisatie die zich onder andere richt op het verwerken van data aanvragen, het afgeven van vergunningen voor toegang tot data en het beschikbaar stellen van de data. Ook in Nederland zijn we hiermee gestart. Samen met een consortium van VWS, het CBS, het RIVM en ICTU is Health-RI gestart met het uitdenken van functies die relevant zijn voor data-aanvragen en -uitgifte. Hierbij kun je denken aan een publieke metadata catalogus, data access application management solutions en secure processing environments, maar ook aan goede onboarding processen, governancevraagstukken, publiekscommunicatie, training en de aansluiting op de Europese infrastructuur. Met de komst van deze HDAB krijgen we in Nederland dus een centraal georganiseerd proces voor secundair gebruik van gezondheidsdata.
Maar waarom is dat belangrijk?
Om gezondheidsdata optimaal te kunnen benutten voor secundaire doeleinden, moeten data makkelijk vindbaar zijn, (onder voorwaarden) toegankelijk zijn, koppelbaar en herbruikbaar zijn. En het liefst ook nog grensoverstijgend beschikbaar zijn, zodat een Nederlandse onderzoeker ook toegang kan krijgen tot data uit andere lidstaten en vice versa. Gezondheidsdata wordt hiermee gezien als gemeengoed om de gezondheidszorg voor alle Nederlanders te kunnen verbeteren (datasolidariteit).
Momenteel kent Nederland door decentralisering en privatisering een versnipperd gezondheidsdata informatielandschap met veel verschillende aanvraag en uitgifte procedures, verschillende interpretaties van de regels en geen eenduidige standaarden. Dit belemmert momenteel de toegang tot kwalitatief hoogstaande, koppelbare datasets, terwijl onderzoek en innovatie hier sterk afhankelijk van zijn. Nederland loopt daardoor achter wanneer het gaat om databeschikbaarheid voor meervoudig gebruik. Als we huidige en toekomstige uitdagingen in zorg en onderzoek duurzaam het hoofd willen bieden, zal er fundamenteel wat moeten veranderen in het gezondheidszorginformatielandschap waardoor zorg, onderzoek en innovatie makkelijker én beter plaats kan vinden en een lerend gezondheidszorgsysteem kan ontstaan.
Het centraliseren van bepaalde processen, nationale afspraken, gezamenlijke voorzieningen en nationale en Europese wet- of regelgeving zijn een goede basis voor het ontsnipperen van het gezondheidszorginformatielandschap. Dit betekent een verandering in het huidige landschap en verandering gaat nooit zonder pijn. Harmoniseren en ontsnipperen vraagt soms om samenwerken, het loslaten van eigen procedures en het afstaan van een stukje autonomie en soevereiniteit. Echter wel voor een groter doel, namelijk het belang van betere gezondheidszorg voor de hele samenleving.
Dit vraagt om een hoge mate van databeschikbaarheid, gefundeerd met datasolidariteit als gemeenschappelijke waarde.
Tom van den Heuvel